pastinaak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
pastinaak

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·ti·naak
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1226 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord pastinaak pastinaken
verkleinwoord pastinaakje pastinaakjes

Zelfstandig naamwoord

pastinaak v/m

  1. (plantkunde), (groente) Pastinaca sativa, een circa 20 cm lang knolgewas
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen