parler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·ler
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
parler
/pɑʁle/
parlais
/pɑʁlɛ/
parlé
/pɑʁle/
eerste groep volledig

Werkwoord

parler

  1. spreken, praten