parabel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra·bel
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Griekse 'bolḗ' (worp) met het voorvoegsel para- [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord parabel parabelen
parabels
verkleinwoord parabeltje parabeltjes

Zelfstandig naamwoord

parabel v / m

  1. (letterkunde) zinnebeeldig verhaal dat dient om een religieus, moreel of filosofisch idee te illustreren
    Wat is de parabel van de gebroken ruit en hoe gaat deze?
Vertalingen
Gangbaarheid
88 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl