papaver

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Papaver

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·pa·ver
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1543 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord papaver papavers
verkleinwoord papavertje papavertjes

Zelfstandig naamwoord

papaver v/m

  1. (plantkunde) Papaver op Wikispecies een plantengeslacht waarin ook de opiumpapaver thuis hoort
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen