overvloedig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·vloe·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen overvloedig overvloediger overvloedigst
verbogen overvloedige overvloedigere overvloedigste
partitief overvloedigs overvloedigers -

Bijvoeglijk naamwoord

overvloedig

  1. in ruime hoeveelheid aanwezig
     Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.[1]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant