overvloed

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·vloed
enkelvoud meervoud
naamwoord overvloed overvloeden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overvloed m

  1. (economie) het voorhanden zijn van meer dan voldoende van iets
    Er was een overvloed van aardbeien dat jaar.
Vertalingen