abondance
Uiterlijk
- abon·dan·ce
- uit het Frans: overvloed
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | abondance | abondances |
| verkleinwoord |
- koeienras
- Franse kaas
- (kaartspel) bod bij het kaarten (wiezen)
- Het woord abondance staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "abondance" herkend door:
| 40 % | van de Nederlanders; |
| 62 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- in de betekenis van "overvloed": geleend van Latijn abundantia [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| abondance | l'abondance | abondances | les abondances |
abondance v
- abundantie; overvloed
- abondance [1]; soort koeienras
- (voeding) abondance [2]; soort kaas
- ↑ abondance (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Kaartspel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 40 %
- Prevalentie Vlaanderen 62 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 9
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Voeding in het Frans