oververhitten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·ver·hit·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
oververhitten
oververhitte
oververhit
zwak -t volledig

Werkwoord

oververhitten

  1. overgankelijk boven het gewone verhitten
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
oververhitten

oververhitten

  1. meervoud verleden tijd van oververhitten
    • Wij oververhitten. 
    • Jullie oververhitten. 
    • Zij oververhitten. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be