overstijgen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·stij·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overstijgen
oversteeg
overstegen
klasse 1 volledig

Werkwoord

overstijgen

  1. overgankelijk verder gaan dan een tevoren bepaalde grens
    • Het aantal vragen overstijgt de beschikbare capaciteit. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.