oversteeg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·steeg

Werkwoord

vervoeging van
overstijgen

oversteeg

  1. enkelvoud verleden tijd van overstijgen
    • Ik oversteeg. 
    • Jij oversteeg. 
    • Hij, zij, het oversteeg.