overtreffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·tref·fen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overtreffen
overtrof
overtroffen
klasse 3 volledig

Werkwoord

overtreffen

  1. (overgankelijk) een voorheen behaald niveau te boven gaan
    Zij overtroffen daarmee een record dat lang standhield.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • de stoutste verwachtingen overtreffen
zo goed, dat kon niemand vermoeden
Vertalingen