overmaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·maat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overmaat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overmaat v / m [1]

  1. (werktuigbouwkunde) (motortechniek) grotere maat dan normaal
  2. (scheikunde) meer dan genoeg, in overvloed, in meer dan stoichiometrische verhouding aanwezige stof
  3. meer dan genoeg; meer dan men nodig heeft
     Munitie voor de Mauser was in overmaat aanwezig, die werd geleverd door de Reichswehr.[2]
     De plafondverlichting was verschrikkelijk, tot overmaat van ramp versterkt met een blauwglanzende tl-buis boven de deur.[3]
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • tot overmaat van ramp
iets vervelends dat volgt op iets dat al vervelend was
•  Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was. [4] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044625691
  3. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer) “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus, ISBN 9789044633535
  4. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018