overmaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·maat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overmaat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overmaat v / m [1]

  1. (werktuigbouwkunde) (motortechniek) grotere maat dan normaal
  2. (scheikunde) meer dan genoeg, in overvloed
Uitdrukkingen en gezegden
  • tot overmaat van ramp
iets vervelends dat volgt op iets dat al vervelend was
•  Hier was het nog lastiger omdat er twee mensen naast mij lagen, waarvan één tot overmaat van ramp de enige aanwezige vrouw was. [2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018