overlast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·last
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overlast -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overlast m

  1. hinder op een onacceptabel niveau
    • Wateroverlast is een verzamelnaam voor situaties waarin mensen overlast hebben als gevolg van te veel water. 
    • Geniet nog maar even van de zon vandaag: aan het eind van de middag krijgen Overijssel en Gelderland de volle laag van een onweersstorm. Ook de provincies Brabant en en Limburg liggen in de vuurlinie van zware onweersbuien. ProRail waarschuwt alvast voor overlast doordat bijvoorbeeld omvallende bomen en blikseminslag het treinverkeer verstoren. [2] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen