overheersing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·heer·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overheersing overheersingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overheersing v

  1. het overheersen, het uitoefenen van een verregaande macht over een land, volk of persoon
    • De Ottomaanse overheersing van het latere Albanië werd in 1912 beëindigd. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.