conform
Uiterlijk
- con·form
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1559 [1]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | conform | conformer | conformst |
| verbogen | conforme | conformere | conformste |
| partitief | conforms | conformers | - |
conform
- overeenstemmend
- Er werd een conforme afspraak gemaakt.
- ▸ Waarschijnlijk is deze zelfrepresentatie niet altijd conform de werkelijkheid: vaker kwamen ook dichters uit redelijk gegoede kringen.[2]
- ▸ Waarschijnlijk is deze zelfrepresentatie niet altijd conform de werkelijkheid: vaker kwamen ook dichters uit redelijk gegoede kringen.[2]
conform
- (juridisch) in overeenstemming met, volgens, net zoals
- U heeft conform de regels gehandeld.
- Het woord conform staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "conform" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "conform" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 Jacqueline Klooster“Klassieke literatuur” (2017), Amsterdam University Press
, ISBN 9789089649805 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 of 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Voorzetsel in het Nederlands
- Juridisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %