analoog

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·loog
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen analoog analoger analoogst
verbogen analoge analogere analoogste
partitief analoogs analogers -

Bijvoeglijk naamwoord

analoog

  1. overeenkomend met
    • De werking van dit medicijn is dus volledig analoog aan de werking van de duurdere variant. 
    • Het probleem van de ouderenhuisvestiging wordt gekoppeld aan het analoge probleem van jongeren, starters op de woningmarkt. 
    • Een analoog verhaal komt naar voren uit studies van het Y-chromosoom.[2] 
  2. (techniek) tegenovergestelde van digitaal (geluidsopname, uurwerk), de representatie van een elektrisch signaal in een geluidsopname is dan continue en in overeenstemming met de fysieke grootheid (luchtdruk) die het geluid veroorzaakt
    • De analoge apparaten worden vervangen door digitale. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1] analoog aan, analoog met, naar analogie van/met
  • [2] analoog signaal
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. blz 190, De wetenschap van het leven: over eenheid in biologische diversiteit.
    door Bert de Groef en Peter Roels
    Uitgegeven door ACCO, 2009 ISBN 9789033475382