Naar inhoud springen

oproep

Uit WikiWoordenboek
Een ambtelijke oproep aan de Belgische bevolking uit 1941 om zich niet met geweld tegen de bezetting te keren.
  • op·roep
enkelvoud meervoud
naamwoord oproep oproepen
verkleinwoord oproepje oproepjes

deoproepm

  1. een dringende vraag om iets te doen
     De actie is dan ook niet bedoeld als schoonmaakactie, maar als oproep om de plastic filters te verbieden, zegt de organisatie in een persbericht.[1]
     De uitspraak van vandaag versterkt de oproep tot hervormingen.[2]
     De uitspraak van vandaag versterkt de oproep tot hervormingen.[2]
    • Als de ambulancedienst een oproep krijgt, moet zij snel reageren. 
     "VU, hef niet je aardwetenschappen-afdeling op!", schrijft hoofdgeoloog van de Geologische Dienst Nederland, Michiel van der Meulen van TNO, in een oproep op LinkedIn. "Als ze dit besluit doorzetten, keren ze hun rug naar de samenleving en de toekomst", gaat hij verder. "Of het nou voor een beter milieu is, meer welvaart of grotere autonomie - voor Nederland, Europa of de wereld: aardwetenschappers leveren een essentiële bijdrage."[3]
vervoeging van
oproepen

oproep

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oproepen
    • ... dat ik oproep. 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Bronlink geraadpleegd op 6-7-2025 Weblink bron “Wereldwijd bijna miljoen peuken geraapt door Nederlandse actie” (6-7-2025), NOS
  2. 1 2 Bronlink geraadpleegd op 17-7-2025 Weblink bron
    Anoma van der Veere
    “Japanner bijna 40 jaar na moord vrijgesproken: 'Mijn halve leven verloren'.” (17-7-2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 mei 2025 Weblink bron
    Sven Schaap
    “Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be