oplichting
Uiterlijk
- Geluid: oplichting (hulp, bestand)
- IPA: / ˈɔplɪxtɪŋ / (3 lettergrepen)
- op·lich·ting
- Naamwoord van handeling van oplichten met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oplichting | oplichtingen |
| verkleinwoord | oplichtinkje | oplichtinkjes |
de oplichting v
- (misdaad) bedrog waarbij men iemand geld of goed afhandig weet te maken
- Hij was betrokken in vele zaken met betrekking tot oplichting, dus dat is niet iemand waar je zaken mee wilt doen.
- “We menen dat Milei deel uitmaakt van een organisatie die oplichting organiseert op historisch grote schaal.” [1]
- Het woord oplichting staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "oplichting" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ www.parool.nl (24 feb 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Misdaad in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %