Betrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Duits

Uitspraak
  • IPA: /bə'tʀuːk/
Woordafbreking
  • Be·trug

Zelfstandig naamwoord

Betrug m

  1. oplichterij, oplichting
    «Er ist nur auf Betrug aus.»
    Hij is enkel op oplichterij uit.
Verbuiging