laaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • laai·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
laaien
laaide
gelaaid
zwak -d volledig

Werkwoord

laaien

  1. absoluut heftig en hoorbaar branden
    • Er laaide een grote brand in het gebouw ernaast. 
  2. absoluut van woede heftig tekeergaan
    • Laaiend van woede sloeg hij de inboedel kort en klein. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen


Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.