opgesteld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·ge·steld
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
opstellen

opgesteld

  1. voltooid deelwoord van opstellen
stellend
onverbogen opgesteld
verbogen opgestelde
partitief opgestelds

Bijvoeglijk naamwoord

opgesteld

  1. geplaatst op een plek die met een bepaalde bedoeling is gekozen
    • Een opgesteld peloton oproerpolitie hield de betogers tegen toen zij de poort wilden binnengaan. 
  2. (sport) behorend tot de spelers die daadwerkelijk deelnemen aan een wedstrijd
    • Alle opgestelde spelers worden op doping gecontroleerd. 
  3. (techniek) beschikbaar na eerdere installatie
    • Het opgesteld vermogen van de electriciteitscentrale was afgestemd op de piekbehoefte aan stroom. 
  4. (van een tekst) onder woorden gebracht, geformuleerd
    • Een opgesteld testament mag niet in strijd zijn met de wet. 

Gangbaarheid