oorring

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Een grote zilveren oorring
Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oorring oorringen
verkleinwoord oorringetje oorringetjes

Zelfstandig naamwoord

oorring m [1]

  1. oorsieraad dat door een gaatje in het oorlelletje vast zit, het is dus een vorm van een piercing
    • Zij ziet een duidelijk verband tussen Zwarte Piet en culturele toe-eigening. Het kroeshaar, de gouden oorringen en dikke lippen worden door witte mensen schaamteloos gebruikt om een stereotype zwarte af te beelden waarmee ze hun feestdagen kunnen opvrolijken. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC 30 december 2016
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be