onverpoosd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·poosd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onverpoosd onverpoosder onverpoosdst
verbogen onverpoosde onverpoosdere onverpoosdste
partitief onverpoosds onverpoosders -

Bijvoeglijk naamwoord

onverpoosd [1]

  1. zonder pauze
     Goud was ondanks het onverpoosd bijdrukken van geld, de crisis in de eurozone en de fratsen van Noord-Korea niet meer vooruit te branden de voorbije twee jaar ( zie grafiek). Heeft het intussen zijn top bereikt? Is het te duur geworden? Deze week gingen er ook geruchten dat Cyprus goud zou gaan verkopen om het extra begrotingstekort op te vangen.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

51 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron “Japan van zero tot hero en goud lijkt out” (13/04/2013), De Standaard