continu

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • con·ti·nu
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen continu continuer
verbogen continue continuere
partitief continu's continuers -

Bijvoeglijk naamwoord

continu

  1. voortdurend, zonder onderbreking
    De baby bleef continu huilen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie