ontmoeten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·moe·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘toevallig tegenkomen’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • afgeleid van moeten met het voorvoegsel ont- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmoeten
ontmoette
ontmoet
zwak -t volledig

Werkwoord

ontmoeten

  1. overgankelijk met iemand kennismaken en een gesprek voeren
    • Hij wilde graag het leuke meisje ontmoeten, maar durfde haar niet op te bellen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen