ontmoeten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·moe·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmoeten
ontmoette
ontmoet
zwak -t volledig

Werkwoord

ontmoeten

  1. (overgankelijk) met iemand kennismaken en een gesprek voeren
    Hij wilde graag het leuke meisje ontmoeten, maar durfde haar niet op te bellen.
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl