ontmoeten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·moe·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontmoeten
ontmoette
ontmoet
zwak -t volledig

Werkwoord

ontmoeten

  1. overgankelijk met iemand kennismaken en een gesprek voeren
    • Hij wilde graag het leuke meisje ontmoeten, maar durfde haar niet op te bellen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl