onthalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
onthalen
onthaalde
onthaald
zwak -d volledig

Werkwoord

onthalen

  1. overgankelijk iemand gastvrij verwelkomen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

onthalen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord onthaal

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.