onsamenhangend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·sa·men·han·gend
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onsamenhangend onsamenhangender onsamenhangendst
verbogen onsamenhangende onsamenhangendere onsamenhangendste
partitief onsamenhangends onsamenhangenders -

Bijvoeglijk naamwoord

onsamenhangend

  1. geen samenhangend geheel vormen
    • Dit zijn volledig onsamenhangend samenvattingen. 
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

onsamenhangend

  1. op een niet samenhangende manier
    • Hij sprak nogal onsamenhangend. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.