incoherent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·co·he·rent
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘onsamenhangend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen incoherent incoherenter incoherentst
verbogen incoherente incoherentere incoherentste
partitief incoherents incoherenters -

Bijvoeglijk naamwoord

incoherent

  1. geen samenhangend geheel vormen
    • Dit zijn volledig incoherente samenvattingen. 
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

incoherent

  1. op een niet samenhangende manier
    • Licht incoherent praten komt vaker voor en het vormt geen specifiek symptoom.. Men kan pas van een symptoom praten wanneer gesprekken ernstig verstoord worden.[2] 
Synoniemen

Verwijzingen

Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.