onregelmatig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·re·gel·ma·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onregelmatig onregelmatiger onregelmatigst
verbogen onregelmatige onregelmatigere onregelmatigste
partitief onregelmatigs onregelmatigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onregelmatig

  1. zonder orde
    • Hij deed zeer onregelmatig zijn huiswerk voor school. 
  2. slordig
  3. zich niet aan de orde houdend
    • Onregelmatige werkwoorden zijn moeilijk om te leren. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie