ongeroerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ge·roerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ongeroerd ongeroerder ongeroerdst
verbogen ongeroerde ongeroerdere ongeroerdste
partitief ongeroerds ongeroerders -

Bijvoeglijk naamwoord

ongeroerd [1]

  1. zonder emotioneel geraakt te zijn
    • Ger luistert schijnbaar onbewogen, maar niet ongeroerd. "Als je niet zo gemakkelijk praat over je gevoel..." Hij weet het zelf ook: het onbevangene is weg. "We moesten samen een nieuwe weg vinden." Hij ging een paar keer naar een psycholoog. "Maar daaraan had ik niets. De oplossing is niet in boekjes te vinden." [2] 
  2. niet door mensen handen aangeraakt
    • Lee Khim Fatt houdt de hoop dat zijn vrouw Foong Wai Yueng nog leeft. Lee heeft alles in huis dan ook ongeroerd gelaten. "Ik heb mijn kinderen laten weten te blijven bidden. Zolang niets gevonden is, is niets bewezen". Zijn kinderen zijn 13 en 7 jaar. [3] 
    • In twee ondergrondse kamers van een tempel in de Hindu-cultplaats Sri Padmanabhaswamy hebben onderzoekers een enorme schat aan diamanten, robijnen, samaragd, goud en zilverwerk ontdekt. De ruimtes waren minstens 130 jaar ongeroerd gebleven. Volgens de krant Hindustan Time wordt de waarde op 500 miljard roepies (7,6 miljard euro) geschat. Maar dat bedrag is nog vrij speculatief. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[5]


Verwijzingen