onderstel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·stel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderstel onderstellen
verkleinwoord onderstelletje onderstelletjes

Zelfstandig naamwoord

onderstel o [1]

  1. dat gedeelte van een constructie waarop het bovengedeelte rust
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
onderstellen

onderstel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderstellen
    • Ik onderstel. 
  2. gebiedende wijs van onderstellen
    • Onderstel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderstellen
    • Onderstel je? 

Verwijzingen