onderkoning

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Gilbert Elliot, eerste graaf van Minto (1751-1814). Onderkoning van Brits-Indië.
Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·ko·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderkoning onderkoningen
verkleinwoord onderkoninkje onderkoninkjes

Zelfstandig naamwoord

onderkoning m [2]

  1. gouverneur van een land of een provincie die als vervanger van de monarch optreedt
    • Omdat de koning uitgesloten is van de formatie, heeft Nederland zijn ‘onderkoning’ van stal gehaald. Herman Tjeenk Willink wacht de zware taak het politieke catenaccio te overstijgen. [3] 
    • Het is ook moeilijk voor te stellen om Anderson te accepteren in een dociele rol. Neem haar recente vertolking van Lady Mountbatten. Aan de zijde van haar man, die erop uit isgestuurd om de splitsing van India in twee staten in goede banen te leiden, staat de echtgenote van de onderkoning veel steviger in haar schoenen dan hij. ,,Lord Mountbatten was in politiek opzicht niet erg sterk’’, constateert Anderson. ,,Hij was niet opgewassen tegen Churchill die alles al van tevoren had uitgedokterd. Zijn vrouw was niet zo naïef. Zij doorgrondde alles veel eerder.’’ [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. onderkoning op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. de Standaard WOENSDAG 31 MEI 2017
  4. Tubantia Ab Zagt 13-07-2017