octaëder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
120px-Octahedron-slowturn.gif

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oc·taë·der, oc·ta·eder
enkelvoud meervoud
naamwoord octaëder octaëders
verkleinwoord octaëdertje octaëdertjes

Zelfstandig naamwoord

octaëder m

  1. (wiskunde) een regelmatig achtvlak, een ruimtelijke figuur begrensd door acht gelijkzijdige driehoeken
    • De sodiumatomen in keukenzout worden omringd door een octaëder van chlooratomen. 
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Regelmatige veelvlakken in het Nederlands

tetraëderhexaëderoctaëderdecaëderdodecaëdericosaëder

Vertalingen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie