oceaan

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oce·aan
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘wereldzee’ voor het eerst aangetroffen in 1595 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord oceaan oceanen
verkleinwoord oceaantje oceaantjes

Zelfstandig naamwoord

oceaan m

  1. (aardrijkskunde) een zeer grote zee tussen verschillende werelddelen
     Ze reageerde altijd verontwaardigd ‘Waarom ik altijd? Mijn zusje kan ook ontsporen hoor!’ Maar zolang alles goed en gezond bleef aan beide kanten van de oceaan kon ik met een gerust hart doorlopen.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen