notulen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·tu·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aantekeningen van vergadering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1592 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord - notulen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

notulen mv

  1. een verslag van een bijeenkomst
    • De notulen worden steeds door iemand anders gemaakt. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen