notuleren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • no·tu·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
notuleren
notuleerde
genotuleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

notuleren

  1. overgankelijk de voortgang van een vergadering schriftelijk vastleggen
    • Zijn opmerking was niet genotuleerd en daarop werd aanmerkingen gemaakt in de volgende vergadering. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie