nevengeschikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ne·ven·ge·schikt
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen nevengeschikt
verbogen nevengeschikte
partitief nevengeschikts

Bijvoeglijk naamwoord

nevengeschikt

  1. zonder dat er sprake is van een gezagsverhouding
    • Het oordeel van de rechtbank is begrijpelijk: de leden leken immers nevengeschikt en niet ondergeschikt aan de vereniging. Maar het oordeel had net zo goed anders uit kunnen vallen, want de leden konden zich niet goed onttrekken aan de verenigingsregels. [1] 
  2. van iets dat het ergens onlosmakelijk en op gelijkwaardig niveau bijhoort
    • Burgemeester en Wethouders van Ede willen De Fietser ontheffing verlenen voor openstelling op zondag op grond van drie criteria: de detailhandel is nevengeschikt aan een recreatieve voorziening, de voorziening heeft een landelijke aantrekkingskracht en verzorgingsfunctie en ze heeft voor de gemeente een uniek karakter en bijzondere waarde. [2] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad Wilbert van Vliet 15-11-2012 Voor de rechter om loonheffing
  2. Reformatorisch Dagblad 13-08-2014 Media Markt Ede en fietscentrum willen op zondag open