aaneengeschakeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·een·ge·scha·keld
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen aaneengeschakeld
verbogen aaneengeschakelde
partitief aaneengeschakelds

Bijvoeglijk naamwoord

aaneengeschakeld [1]

  1. verbonden.
  2. zonder onderbreken voortgaand
  3. (taalkunde) nevengeschikt zonder oorzakelijk of tegengesteld verband

Werkwoord

vervoeging van
aaneenschakelen

aaneengeschakeld

  1. voltooid deelwoord van aaneenschakelen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen