gelijkwaardig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lijk·waar·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gelijkwaardig gelijkwaardiger gelijkwaardigst
verbogen gelijkwaardige gelijkwaardigere gelijkwaardigste
partitief gelijkwaardigs gelijkwaardigers -

Bijvoeglijk naamwoord

gelijkwaardig

  1. van hetzelfde belang zijn, dezelfde waarde hebben
    Gelijkwaardige mensen dienen voor een gelijkwaardige prestatie een gelijkwaardige beloning te krijgen.
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.