nauwgezet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nauw·ge·zet
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nauwgezet nauwgezetter nauwgezetst
verbogen nauwgezette nauwgezettere nauwgezetste
partitief nauwgezets nauwgezetters -

Bijvoeglijk naamwoord

nauwgezet

  1. met veel aandacht, op details lettend
    • Bij nauwgezette controle bleek dat niet te kloppen. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

nauwgezet

  1. op nauwgezette wijze
    • Hij gaat erg nauwgezet te werk. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.