narren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nar·ren

Zelfstandig naamwoord

narren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord nar

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
narrar

narren

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van narrar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van narrar