must

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
must musts

Zelfstandig naamwoord

must

  1. verplichting
  2. most (gistend vruchtensap)
vervoeging
onbepaalde wijs to have to
he/she/it has to/must
verleden tijd had to
voltooid
deelwoord
had to
onvoltooid
deelwoord
having to
gebiedende wijs have to

Werkwoord

must

  1. moeten


Estisch

Zelfstandig naamwoord

must

  1. zwart
Afgeleide begrippen