musik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·sik
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn met Griekse bron
Naar frequentie 881
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   musik     musikken     -     -  
genitief   musiks     musikkens     -     -  

Zelfstandig naamwoord

musik

  1. (muziek) muziek (tonen)
  2. (muziek), (onderwijs) muziek (schoolvak)
Afgeleide begrippen


Indonesisch

Woordafbreking
  • mu·sik
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

musik

  1. (muziek) muziek


Pennsylvania-Duits

Zelfstandig naamwoord

musik

  1. verouderde spelling of vorm van Myusick
(vrouwelijke enkelvoudsvorm)

Zelfstandig naamwoord

musik

  1. verouderde spelling of vorm van Myuusick
(vrouwelijke enkelvoudsvorm)


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·sik
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   musik     musiken     -     -  
genitief   musiks     musikens     -     -  

Zelfstandig naamwoord

musik, g

  1. muziek
Afgeleide begrippen