huwelijksnacht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hu·we·lijks·nacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord huwelijksnacht huwelijksnachten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

huwelijksnacht m

  1. de eerste nacht na het huwelijksfeest
    • In vele religies mag in de huwelijksnacht voor het eerst geslachtelijke gemeenschap plaats vinden. 


Meer informatie

Gangbaarheid