-arch
Uiterlijk
| Huidig bestand |
|---|
| 2 |
- -arch
- van het Griekse 'arkhós' (aanvoerder), een afleiding van 'árkhein' (vooraan gaan, leiden)
-arch
- ter vorming van woorden die gaan over heersers
- Het woord '-arch' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.