moedwil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moed·wil
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord moedwil
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

moedwil m [3]

  1. met boze opzet
    • U zei in het begin dat ouders vaak te veel verwachten. Ik zie weinig moedwil bij de ouders. Maar ze mikken hoog voor hun kinderen. Ik stel hen daar niet graag persoonlijk verantwoordelijk voor. Ik houd liever een spiegel voor. Ouderschap wordt mee vormgegeven door de tijd. Schrijfster Kristien Hemmerechts sprak in een interview over de applausgeneratie. Ouders roepen hip, hip, hoera! bij alles wat hun kind doet. Daardoor kunnen studenten volgens haar niet meer tegen kritiek. Vroeger zagen we vooral materiële verwenning. Nu is die veeleer pedagogisch-affectief. Tegelijk zijn er ook veel jongeren die zich wat verloren voelen na de scheiding van hun ouders. [4] 
    • Plasman betoogt verder dat er van moedwil bij de fouten geen sprake is en dat daarvoor ook geen sluitend juridisch bewijs te vinden is. Ook daarbij verwijst hij naar (deel) ontlastende verklaringen van getuigen-deskundigen.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen