keus

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • keus
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘het kiezen’ voor het eerst aangetroffen in 1300 [1]
  • [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord keus keuzen
keuzes
verkleinwoord keusje keusjes

Zelfstandig naamwoord

keus v

  1. gelegenheid om of het een of het ander te nemen
  2. uitsteeksel, pen, pin
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

keus mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord keu

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen