miszien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·zien
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
miszien
miszag
miszien
klasse 5

onregelmatig

volledig

Werkwoord

miszien

  1. verkeerd zien, zich verkijken
    • Hij miszag zijn taak. 

Werkwoord

vervoeging van
miszien

miszien

  1. voltooid deelwoord van miszien

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.