misbruiker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·brui·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van misbruik met het achtervoegsel -er.
enkelvoud meervoud
naamwoord misbruiker misbruikers
verkleinwoord misbruikertje misbruikertjes

Zelfstandig naamwoord

misbruiker m

  1. iemand die misbruikt
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie