machinist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·chi·nist
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘iem. die toezicht houdt op de machines’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • afgeleid van machine met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord machinist machinisten
verkleinwoord machinistje machinistjes

Zelfstandig naamwoord

machinist m

  1. (beroep) (spoorwegen) een bestuurder van een trein
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen